Resolutie betreffende de toepassing van meertaligheid in het europees parlement na uitbreiding

Gezamenlijke Algemene Vergadering van Vaste Tolken en Hulpfunctionarissen-Conferentietolken (A.I.C.)

De vaste tolken van het Europees Parlement, alsmede hun A.I.C. collega’s, in Gezamenlijke Algemene Vergadering bijeen, op 24 oktober 2001,

- gelet op Artikel 12 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en op het beginsel van gelijkheid voor alle werktalen van de EU;

- gelet op het Rapport "Voorbereiding van het Europees Parlement op de uitbreiding van de Europese Unie" (PE 305.269/BUR/def), goedgekeurd door het Bureau op 3 september 2001;

- gelet op de in het kader van dit Rapport genomen besluiten met betrekking tot de toekomst van de meertaligheid in onze Instelling;

- gelet op het officiële beleid van het Parlement inzake beroepsopleiding met het helder geformuleerde doel alle personeelsleden dankzij opleiding carrieremogelijkheden te bieden en op het belang dit beleid zonder enige vorm van discriminatie voor alle diensten te laten gelden;

- gelet op de nota van A.I.I.C. van 10 september 2001 geheten "Meertaligheid in de praktijk in het Europees Parlement na de uitbreiding – Standpunt van de deskundige";

  1. overwegende dat beslissingen op verkeerde uitgangspunten of op misvattingen gebaseerd werden, gepresenteerd als feiten in de werkdocumenten over meertaligheid;
  2. overwegende dat deze besluiten een totale verandering van het tolken-regime bij het Europees Parlement inhouden;
  3. overwegende dat het huidige stelsel tot ieders tevredenheid heeft gefunctioneerd sinds het Europees Parlement bestaat;
  4. overwegende dat zij de noodzaak voor de Instelling inzien om de kosten van meertaligheid in een uitgebreide Europese Unie beheersbaar te houden;
  5. overwegende dat het voorgestelde systeem van bi-actief tolken niet de gewenste grote besparingen zal opleveren, aangezien een dergelijk systeem niet van invloed is op het aantal tolken per vergadering;
  6. overwegende dat het aantal tolken per cabine nooit minder dan drie mag bedragen ook in situaties waarin een cabine bi-actief werkt;
  7. overwegende het gegeven dat de talen van de nieuwe Lidstaten van de Europese Unie, in een beginfase, hoofdakelijk bi-actief getolkt zullen moeten worden;
  8. overwegende dat het veralgemeend gebruik van bi-actief tolken ertoe zou leiden dat vele talen niet langer rechtstreeks vertaald worden ondanks dat het Europees Parlement over de benodigde menselijke en materiële middelen beschikt;
  9. overwegende dat er niet voldoende gekwalificeerde tolken gevonden kunnen worden om aan de behoeften van het Europees Parlement te voldoen ingeval het bi-actief tolken op alle talen toegepast zou worden;
  10. overwegende dat een systematisch gebruik van bi-actief tolken ten koste van de kwaliteit van het tolken zou gaan en zelfs een hinderpaal voor communicatie zou vormen en zodoende de meertaligheid die het heette te steunen zou ondermijnen;
  1. zijn verheugd over het besluit van het Bureau onverkort vast te houden aan het beginsel van volledige meertaligheid, zijnde een essentiële bron van de democratische legitimiteit van het Parlement;
  2. betreuren het dat de tolken of hun vertegenwoordigers nooit geraadpleegd of geinformeerd werden over de voorstellen betreffende meertaligheid in onze Instelling na uitbreiding;
  3. doen een beroep op het Bureau van het Europees Parlement de beslissingen inzake de praktische toepassing, na de uitbreiding, van meertaligheid in onze Instelling te herzien, vooral de beslissingen over het veralgemeend gebruik van bi-actief tolken;
  4. zijn van mening dat bi-actief tolken alleen als tijdelijke oplossing toegepast kan worden en dat er dringend behoefte bestaat aan een opleidingsbeleid om tolken ertoe aan te zetten talen van nieuwe Lidstaten te leren, net als bij vorige uitbreidingen is geschied;
  5. dringen erop aan dat het gebruik van bi-actief tolken, daar waar het niet anders kan, aan een strenge evaluatie onderworpen wordt door het Directoraat Tolken, in overleg met de tolken, en wel vijf jaar na de volgende uitbreiding;
  6. stellen voor een formele werkgroep in te richten bestaande uit vertegenwoordigers van alle betrokken partijen, teneinde een professionneel, politiek en financiëel haalbare definitie van meertaligheid te formuleren;
  7. bepalen dat hun vertegenwoordigers in deze werkgroep benoemd zullen worden door de Delegatie van Vaste Tolken en door A.I.I.C.;
  8. eisen dat deze werkgroep zo spoedig mogelijk bijgeroepen wordt;
  9. verlangen een gedetailleerd verslag van hun vertegenwoordigers per december 2001;
  10. behouden zich het recht voor om, indien de hiervoor verwoorde eisen niet ingewilligd worden, met alle geëigende wettelijke en institutionele middelen actie te voeren;
  11. verzoeken de Voorzitter van de Algemene Vergadering van Vaste Tolken en de A.I.I.C.-Delegatie de onderhavige resolutie te doen toekomen aan de Directeur van de Tolkendienst, aan de Directeur-generaal van DG VI, aan de Secretaris-generaal van het Europees Parlement, aan de Voorzitter van het Parlement, aan het Bureau van het Parlement, aan de Dienstdoend Voorzitter van het College van Questoren, aan de Voorzitters en Secretarissen-generaal van de politieke fracties, aan de Europese Ombudsman, aan het Personeelscomité, alsmede aan de Vertalersdelegatie van het Europees Parlement.


Recommended citation format:
AIIC. "Resolutie betreffende de toepassing van meertaligheid in het europees parlement na uitbreiding". aiic.net December 8, 2001. Accessed April 23, 2019. <http://aiic.net/p/702>.


There are no comments to display