Het Drogmanschap in het Ottomaanse Rijk

Drogmannen zijn eigenlijk de grondleggers van het diplomatieke vertalen en tolken in het Ottomaanse Rijk en later in Turkije.

Audience of Charles Gravier, Comte De Vergennes, with the Sultan Osman III in Constantinople", painted by Antoine de Favray in 1755. The dragoman (third from left) can be distinguished by his uniform.
Photo credits: Photo credits: Wikipedia Commons

Historisch gezien moest een staat die betrekkingen wilde aanknopen met een andere staat zich laten bijstaan door mensen die hun talen vloeiend spraken om diplomaten te helpen bij hun werkzaamheden. Deze tolken en vertalers werden in het Ottomaanse rijk  “drogman” genoemd. Het drogmanschap is een weinig bekend instituut en de geschiedenis ervan is verbonden met het begin van de reguliere betrekkingen die westelijke landen onderhielden met het Ottomaanse Rijk[1].

In de islamitische landen verschenen de drogmannen in de 8e eeuw voor het eerst, ten tijde van de Abassiden. We kennen ze ook van de Mammelukken in Egypte en de Seltsjoeken in Anatolië. De drogman werd bij de Seltsjoeken benoemd bij firman. Het Ottomaanse Rijk zette deze traditie voort[2].

De geschiedenis van het diplomatieke tolken en vertalen in het Ottomaanse Rijk is nauw verbonden met de drogmannen. Het waren eigenlijk de grondleggers van het tolken en vertalen voor diplomaten in het Ottomaanse Rijk en later in Turkije. Deze geschiedenis begint met de eerste contacten en de eerste verdragen die werden gesloten met de Westerse mogendheden.

In 1454 stuurde Venetië een ambassadeur, de Balyos,[3] naar Istanbul .

Net als de Republiek  Venetië hadden Polen (1475), Rusland (1497), Oostenrijk (1528), Frankrijk[4], (1535), Engeland (1583) en Holland (1612) ambassadeurs gestuurd om banden aan te knopen met het Ottomaanse Rijk.

Maar voordat we het over deze buitengewone mensen gaan hebben, staan we even stil bij de oorsprong van het woord “drogman”.


 De oorsprong van het woord “drogman”

Er zijn talrijke hypotheses over de oorsprong van het woord “drogman”.

Dit oorspronkelijk Syrische woord werd overgenomen in het Arabisch ((tardjum?n)) toen in het  Turks (terc¸man). De oudste versies van dit woord zijn tagmâna en targem. Het drong ook door in het latijn (turchimannus, dragumanus, dracmandus), in het Italiaans (drogmano,dragomanno, turcimanno) het Frans (drughemant, drughemant, drogman, truchement), het Spaans (turchiman, trujaman), het Duits (dragoman), het Bulgaars (драгоманин), het Portugees (turgeman), het Servisch (terduman, dragomani), het Pools (turdzyman), het Grieks byzantijns (dragomanus), en het Vlaams (droogman).

Destijds werd het woord gebruikt in Turkse talen als dilmaç of tilmaç.

Tegenwoordig is het een leenwoord in bepaalde Europese talen zoals het Duits (Tolmetsch werd Dolmetscher[5]), het Russisch (толмач, tegenwoordig weinig gebruikelijk) het Tsjechisch (tlumoč) het Hongaars (tolmács) het Macedonisch (толкувач), het Pools (tłumacz) enz.. Het wordt nog steeds gebruikt in het hedendaagse Turks. In het Azerbeidzjaans worden ook de woorden tərcüməçi (tolk/vertaler) en dilmanc (tolk) gebruikt.

Het woord “tercüman” werd weliswaar gebruikt in de officiële Ottomaanse documenten om de tolk-vertalers bij ambassades en consulaten aan te duiden, maar  het woord “drogman”  was juist in zwang in nagenoeg alle talen van Europa[6]. Echter, de spelling ervan verschilde van taal tot taal, zoals de bovenvermelde voorbeelden aangeven.


De Drogmannen

De Hoge Porte en de diplomatieke vertegenwoordigingen van het Westen in het Ottomaanse Rijk hadden mensen nodig die de Westerse en Oosterse talen goed beheersten maar ook de culturele verschillen en gedragscodes van de Ottomanen en de Westerlingen kenden. In Europa kende men deze mensen onder de naam “drogman”. Hun takenpakket was zeer gevarieerd: vertalen en tolken (handel, diplomatie) tussen de Hoge Porte en de ambassadeurs en consuls van Westerse mogendheden. Deze vormden waarlijk “drogmandynastieën”, gevestigd in de Levant, en qua nationaliteit stamden zij af van een Levantijnse [7] loot en vertegenwoordigden “de Levantijnse latiniteit”.

Daarna kwam men Drogmannen ook tegen in het Ottomaanse Rijk. Zij bleven  actief tot het einde van het Rijk. Het Ottomaanse Rijk kende twee categorieën drogmannen:

1 Drogmannen van de Keizerlijke Divan van de Sultan (Dîvân-ı Hümâyûn tercümanları)

De Drogmannen van de Keizerlijke Divan van de Sultan (Dîvân-ı Hümâyûn tercümanları) waren ambtenaren van het Ottomaanse Rijk en stonden in  het Westen ook wel te boek als de Grote Drogman of Hoofddrogman. Hun hoge  functie stond in aanzien maar was niet vrij van gevaren. Vóór het Tanzimaat bekleedden zij de op een na belangrijkste post, na die van de Reis-ül küttâb[8].

De Grote Drogman (Baştercüman) of de Hoofddrogman van de Hoge Porte (Bâb-ı âli baştercümanı) was een soort chef tolk/ vertaler die een groep tolken en vertalers aanstuurde.

Ze zijn te vergelijken met de vertalers en tolken die heden ten dage werken voor presidenten en ministers.

De Hoofddrogman had de volgende taken:

  • Gesprekken tolken tussen de Grootvizier en buitenlandse gezanten.
  • Brieven vertalen die door buitenlandse missies aan de Sultan en de Grootvizier gestuurd werden tijdens ontvangsten.
  • Bijwonen van bijeenkomsten tussen de Grootvizier en buitenlandse gezanten en het opstellen van de notulen van deze vergaderingen.
  • Buitenlandse bezoeken van Ottomaanse delegaties begeleiden.
  • Bilaterale onderhandelingen tolken.
  • Allerhande documenten opstellen die gestuurd werden naar Westerse mogendheden.

Aanvankelijk mochten de Hoofddrogmannen deze onderhandelingen niet bijwonen. Maar die praktijk veranderde in de 18e eeuw. Alle diplomatieke activiteiten van het Ottomaanse Rijk waren derhalve louter en alleen in handen van deze Hoofddrogmannen. En zo waren zij de belangrijkste ambtenaren in de diplomatie van het Ottomaanse Rijk.

In 1502 werd Ali Bey de eerste Hoofddrogman van het Ottomaanse Rijk.

Van 1502 tot 1661 werden de Hoofddrogmans gekozen uit Duitse, Hongaarse, Italiaanse en andere gemeenschappen. En 1661 werd Panayotis Nicousios benoemd in de functie van Hoofddrogman en zo begint voor de Grieken het uitoefenen van de prestigieuze functie tot de Griekse revolutie in 1821. Tot de helft van de 17e eeuw hebben leden van de christelijke gemeenschap, bekend onder de naam Magnifica Communità dit Pera et Galata [9] de functie van Hoofddrogman van de Hoge Porte en de Hoofddrogman van de Vloot gedeeld met de Grieks-orthodoxen.

Tot de de grote dynastieën van deze gemeenschap behoorden de Pisani, de Navoni, de Timoni, de Testa, de Fonton en andere families.

2 Drogmannen op buitenlandse missies (ambassades, consulaten)

De Westerse mogendheden die vertegenwoordigingen in het Ottomaanse rijk bezaten, hadden mensen nodig die hun taal even goed spraken als de taal die gebezigd werd door het bestuur van het Ottomaanse Rijk. Aanvankelijk wierven de buitenlandse missies deze functionarissen bij de christelijke minderheidsgemeenschappen in Phanar en Pera in Constantinopel. De inwoners van Phanar waren orthodoxe Grieken en die van de wijk Pera (Beyoğlu) waren Latijns,[10] doorgaans van Italiaanse origine. De Westerse landen begonnen daarna hun eigen Drogmannen op te leiden, omdat ze geen vertrouwen hadden in de lokale drogmannen.

Deze drogmannen vervulden de rol van secretaris cq tolk, ze vertaalden documenten en tolkten bij vergaderingen met de vertegenwoordigers van het Ottomaanse bestuur. Ze begeleidden de diplomaten en woonden in de ambassade of het consulaat. Veel gerenommeerde oriëntalisten zoals historicus baron de Hammer, Bianchi, Jaubert, Huart,  Schlechta-Wssehrd, M. Hartmann en anderen, hebben op enig moment, de functie van drogman vervuld.

Je kunt ze vergelijken met de persattaché van een ambassade die vaak optreedt als tolk of vertaler.

Een van de redenen dat de Westerlingen hun drogmannen kozen uit die families, was dat de Ottomaanse traditie die voortkwam uit de Islam, het verbood Europese talen te leren; Westerlingen werden als ongelovig beschouwd. Islamitische staten en christelijke staten stonden niet op voet van gelijkheid. De Europese landen werden “Dar ül-cihad” genoemd (de poort van de heilige oorlog) “Diyar-ı küfr” (de wereld van de ongelovigheid).

Het was al bedenkelijk als een moslim te lang in deze landen woonde. En dan hebben we nog het meerderwaardigheidsgevoel van de Ottomanen. De sultans (padişah) en de grootviziers (sadr-ı a´zam) behandelden buitenlandse gezanten op een vernederende manier. Om al die redenen heeft het Ottomaanse Rijk tot het einde van de 19e eeuw geen enkele ambassade geopend in de Westerse landen.

Naarmate de betrekkingen tussen het Ottomaanse Rijk en de Westerse mogendheden toenamen, waren er niet voldoende drogmans om te voldoen aan de behoefte eraan. Ieder land ging dus op zoek naar een andere oplossing. Vanaf 1551 stuurde Venetië jonge kinderen “giovani di lingua” naar Constantinopel om te studeren voor drogman. De Republiek van Ragusa, Polen en Frankrijk ontplooiden hetzelfde initiatief.

In 1626 richtten de Franse kapucijnen een school [11] op in Constantinopel waar Frans, Turks, latijn, Italiaans en Vulgair Grieks werd onderwezen.  Deze school was de eerste kern die drogmans leverde voor Frankrijk.

In 1669 stichtte Colbert in Constantinopel een drogmanschool, de school voor “taaljongeren”[12]. Het onderwijs was gratis, de kamer van koophandel van Marseille nam de kosten van de school voor zijn rekening. Het doel was om te vermijden dat drogmannen alleen bij lokale gezinnen werden aangeworven. De “ lokale” drogmannen waren onderdanen van de Grote Heer, soms was waakzaamheid geboden als het om hun loyaliteit ging en hun wel eens wankele Frans kon een risico vormen bij onderhandelingen. Daarom bedacht men dat men kinderen kon werven op jonge leeftijd om de Oosterse talen te leren.

De jonge kinderen die uit westerse landen en uit gebieden van het Ottomaanse Rijk kwamen, kregen onderwijs en leerden Turks, Arabisch en Perzisch (elsine-i selâse)[13].Na hun opleiding werden ze erkend als “jongens van taal” (dil oğlanı)

Mettertijd werden deze studenten integraal onderdeel van de diplomatieke betrekkingen doordat ze niet alleen vertaalden en tolkten tussen de Hoge Porte en de gezanten van Westerse mogendheden, maar zich ook specialiseerden in oosterse beschavingen. Zij vervingen ook zogeheten “barat”  drogmannen[14] .

Begin 19e eeuw, moesten de leerlingen van de Jongeren Taalschool als verplichte oefeningen vertalingen maken van Turkse, Arabische en Perzische manuscripten.

Het doel was de verrijking van de bibliotheek van de koning van Frankrijk. Dit vertaalbeleid strookte met een algemene beweging, geïnitieerd onder Colbert, van een bedachtzaam en geordend aankoopbeleid van Oosterse werken .

Het idee kwam van de graaf de Maurepas, staatsecretaris voor de marine, die de vertaling wilde van de manuscripten. Het merendeel van de vertalingen wordt bewaard in de nationale bibliotheek van Frankrijk. Het waren vertalingen van vertellingen, historische, militaire en diplomatieke teksten, verdragen, wetten en canons.

Ook de Engelsen hebben geprobeerd drogmannen op te leiden voor de Britse ambassade in Constantinopel. Het Griekse college in Oxford moest jonge Grieken in het anglicaanse geloof opnemen.  De patriarch van Jeruzalem en de Hoofddrogman van de  Hoge Porte,  Alexandre Mavrocordato waren terughoudend vanwege mogelijke reacties van de Ottomaanse autoriteiten.

De drogmannen hebben, door hun diepgaande kennis van de moslim beschaving en haar talen, een sleutelrol gespeeld bij het doorgeven van kennis en gedachtengoed tussen het Ottomaanse Rijk en het Westen en hebben een belangrijke plaats ingenomen in de geschiedenis  van het Ottomaanse Rijk.


Artikel vertaald door Sybelle van Hal-Bock en Marie-Henriette Cassé-Kamper  


[1] Marghetitch, S.G. (1898). Étude sur les fonctions des Drogmans des missions diplomatiques ou consulaires en Turquie, p. 3. Constantinople.

[2] Orhonlu, Cengiz. (1993). Tercüman. İslam Ansiklopedisi. Istanbul, MEB, 176, geciteerd door Polatci, Osmanlı diplomasisinde oryantalist memurlar (Osmanlı belgeleriyle diloğlanları ve tercümanlar), p.42.

[3] BALYOS is een woord van Italiaanse oorsprong. Bailo was ooit een titel verleend aan consuls van Europese landen, maar het wordt vooral gebruikt voor gezanten van de Republiek Venetië bij de Hoge Porte.

De eerste bailo van Venetië bij het Ottomaanse Rijk werd benoemd bij de ondertekening van het verdrag van 1454. Later bedoelde men met deze term ook de gezanten en ambassadeurs van andere landen.

[4] in 1535 ging François I een alliantie aan met Soleiman de Grote. In datzelfde jaar werd de eerste Franse  ambassade geopend in Constantinopel.

[5] Tegenwoordig wordt het Duitse woord “Dolmetscher” gebruikt voor conferentietolken.

[6] Kinli. p. 83, geciteerd door Polatci. Osmanlı diplomasisinde oryantalist memurlar (Osmanlı belgeleriyle diloğlanları ve tercümanlar). pp. 41-42.

[7] Levant: het geheel van gemeenschappen die eeuwen lang de oosterse Latijnse natie of latijn-Ottomaanse natie vormden.

[8] Het tijdperk van de Tanzimaat hetgeen reorganisatie betekent in het Ottomaanse Turks was een periode in het Ottomaanse Rijk van 1839 -1876.

[9] De niet-moslim onderdanen van de  Ottomaanse sultan in Galata vielen onder een raad die de naam droeg: Magnifica Comunità di Pera.

[10] De Latijnse families van Galata : Navoni, Grillo, Olivieri, Fornetti enz.

[11] Capucijner school voor taaljongeren.

[12] Deze school is verplaatst naar Parijs en heet nu INALCO (Instituut National des Langues et Civilisations Orientales)

[13] De drie talen

[14] Het woord barataire komt van berât oftewel brevet. Deze berât geef hun commerciële en fiscale voorrechten, die door de Capitulations werden gegarandeerd aan de onderdanen van de landen die zij dienden.



Recommended citation format:
Elvin ABBASBEYLI. "Het Drogmanschap in het Ottomaanse Rijk". aiic.net January 19, 2020. Accessed February 20, 2020. <http://aiic.net/p/8923>.



There are no comments to display